KAKEN EN TANDEN VAN DE MENS

Bron figuur: 10voorbiologie  
Verschillende gebitten
A = carnivoor; B = herbivoor; C = alleseter

Kenmerken herbivoor gebit: 

  1. plooikiezen (hoogkronig of laagkronig afhankelijk van de mate van slijtage)
  2. Diasteem (ruimte tussen snijtanden en kiezen voor verzamelen voedsel)
  3. Sommige herbivoren hebben geen snijtanden in de bovenkaak
  4. Hoektanden ontbreken vaak.
  5. Zijwaartse malende kauwbeweging

Bron: natuurinformatie

Kenmerken carnivoor gebit:

  1. Sterke kaak
  2. grote scheurkiezen
  3. sterk ontwikkelde hoektanden
  4. Bovenkaak is vaak iets groter dan de onderkaak

Bron: Natuurinformatie

Kenmerken omnivoor gebit:

  1. Knobbelkiezen
  2. (grote) Hoektanden
  3. Beitelvormige snijtanden

Bron: natuurinformatie

Wanneer we kijken naar de tanden en kaken van de mens, dan heeft deze het meeste weg van de omnivoor. Alhoewel onze kaken en hoektanden inmiddels kleiner en zwakker zijn geworden, waren deze bij onze voorouders nog sterker ontwikkeld. Volgens Wrangham is, doordat wij al ruim 200.000 jaar ons voedsel koken en minder kauwen op vlees dan op rauw voedsel, onze kaak langzaam kleiner geworden en kwam er meer ruimte voor onze hersenen. Ook andere onderzoekers bevestigen de relatie tussen het koken van voedsel en het verkleinen van de kaak.