Gangbaar of biologisch gehouden varken.

Het argument houden van dieren is een veel besproken en beladen onderwerp. Veel dierenorganisaties vinden de wijze van houden van dieren niet goed en menen dat dit verboden moet worden. Anderzijds hangen ze alle soorten ziektes of mankementen op aan de huidige vorm van gangbare houderij. Wat vaak verzwegen wordt, is dat er wel degelijk verschillen zijn tussen gangbare en biologische houderij en dat biologische houderij niet altijd beter is voor het dier. 

Kort gezegd kent zowel de biologische (en scharrelvarkens) houderij als de gangbare houderij zijn voor- en nadelen. De biologische houderij kijkt meer naar het natuurlijk gedrag van varkens en geeft het varken meer mogelijkheden en ruimte dan in de gangbare houderij. Echter op het gebied van diergezondheid zien we toch enkele minpunten naar voren komen.

1. De huisvesting op een volledig stro bed geeft meer problemen op het gebied van huidverdikkingen en piephak bij volwassen zeugen, ook blijken volwassen zeugen vaker kreupel te zijn wanneer er overal stro ligt. Tevens kan ook de uitloop, met oneffenheden, kiezels en vocht leiden tot hogere mate van kreupelheid.

2. Samenhangend met de huisvesting op stro, blijken er meer problemen te ontstaan met de longen van het varken. Dit blijkt volgens studies samen te hangen met de hoeveelheid stalstof in de lucht door het stro, wat longontstekingen in de hand werkt. Het aantal longontstekingen en pleuritis zijn dan ook beduidend hoger in de biologische houderij.

3. OC komt vaker voor bij varkens met een uitloop dan bij varkens die in een hok gehouden worden. Studies tonen aan dat het niet alleen vaker voorkomt, maar ook per geval ernstiger was dan in de gangbare houderij.

4. Parasitaire infecties komen vaker voor bij biologisch gehouden varkens. Ook hier zien we dat niet alleen meer verschillende soorten parasieten worden aangetroffen, maar ook de prevalentie vaak hoger ligt dan bij gangbaar gehouden varkens.

5. Hiermee samenhangend zien we ook een beduidend hoger aantal leveraandoeningen in de biologische houderij. Voornamelijk door bovengenoemde parasieten. Studies spreken over een 2 tot 3 maal hoger percentage leveraandoeningen in de biologische en scharrelvarken houderij. Daarnaast is bij dit punt ook van belang te benoemen dat diverse worminfecties in ernstige mate kunnen bijdragen aan digestie problematiek en daarmee ook aan diarree bij biggen.

6. Ook de biggensterfte is een redelijk groot probleem. Vooral het doodliggen van jonge biggen in de eerste dagen is in de biologische houderij een stuk hoger dan in de gangbare houderij. Met innovatieve uitvindingen zoals de kraambox, de valbeugel en de balansvloer kan de biggensterfte in de gangbare houderij enorm worden teruggedrongen.

7. Volgens onderzoek hebben zeugen in biologische systemen vaker last van huidbeschadigingen door zonnebrand, vechtwonden en Actinomycose (knobbeluier). Deze laatste houdt weer verband met onder andere de scherpe puntjes door het huisvesten op stro en het niet knippen/vijlen van de tandjes bij de biggen in de biologische houderij.

Conclusie:

Allereerst willen we aangeven dat we absoluut ook enorm veel respect hebben voor onze biologische varkensboeren. Waar voor ons de schoen wringt is het volgende: De verschillende dierenorganisaties gebruiken alle bovenstaande punten als argument tegen de gangbare houderij. Ze schermen met de cijfers alsof de hele sector slecht en verrot is en komen met eisen als de afschaffing van de kraambox, huisvesting op stro en alle varkens naar buiten. Echter de keerzijde van deze maatregelen is dat de cijfers qua diergezondheid, zoals diverse onderzoeken en literatuurstudies bevestigen, waarschijnlijk zullen verslechteren. Argumenten die vervolgens als verslechtering weer terug op het bord van de boer belanden. Dierenorganisaties zullen dat aangrijpen om te zeggen: "kijk eens, de gezondheid van de dieren gaat nog verder achteruit".  Daarom richt ik het laatste woord aan deze activisten: Onze boeren, biologisch en gangbaar, doen elke dag hun uiterste best, om hun dieren zo gezond mogelijk te houden. Met hun kennis, ervaring, nieuwe innovaties en onderzoeken, maar vooral door hun inzet, motivatie en passie voor hun vak zorgen zij elke dag voor hun dieren. En daarmee doen ze vele malen meer voor de sector en de dieren, dan een organisatie die zonder enig inzicht, kennis en foutieve informatie, van de zijlijn alleen maar kan roepen hoe slecht de boer wel niet is. 

bronnen:
https://actavetscand.biomedcentral.com/articles/10.1186/s13028-015-0154-7
https://www.nrc.nl/nieuws/2006/12/02/vatbare-varkens-11238418-a499840
https://edepot.wur.nl/45721
https://www.nooyen.com/balansvloeren
https://edepot.wur.nl/370234
https://www.gddiergezondheid.nl/actueel/nieuws/2014/11/monitoring-diergezondheid-varkens-hoofdpunten-rapportage-eerste-halfjaar-2014?m=1
https://edepot.wur.nl/119914
https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/2894
29