omni v.s. vegan en veggie: voedingsstoffen

Vandaag willen we het met jullie hebben over de verschillen in voedingsstoffen bij een omnivoor voedingspatroon in vergelijking met een vegetarisch en veganistisch voedingspatroon. De uitgebreide documentatie met bronnenlijst is onderaan te vinden in een link. Wanneer we in het stuk spreken over supplementen doelen we hiermee op zowel supplementen als voeding waarin dit als verrijking is toegevoegd.

Essentiële voedingsstoffen uit dierlijke bron:

Dit betreffen voedingsstoffen welke wij volledig uit onze voeding moeten halen en waarvan geen andere bron bestaat dan dierlijke producten of supplementen.

  1. B12 komt uitsluitend voor in dierlijke producten of supplementen
  2. Lange ketens omega 3 DHA komen alleen voor in dierlijke producten of supplement

Semi-essentiële voedingsstoffen uit dierlijke bron:

  1. Vitamine D3, komt uit dierlijke bron. De tegenhanger D2 uit planten werkt minder effectief en is in kleinere hoeveelheden aanwezig. Voor totaal vitamine D is zonlicht van belang.
  2. Creatine, wordt gedeeltelijk aangemaakt door je lichaam, ongeveer de helft van de creatine zou uit voeding moeten komen, welke alleen uit dierlijke bron komt.
  3. L-Carnosine, wordt door het lichaam aangemaakt. Bij veroudering en bepaalde ziektes verminderd de aanmaak of verhoogt het gebruik, waardoor je middels voeding moet corrigeren. Ook dit is alleen in dierlijke bron aanwezig.

Voedingsstoffen met verhoogde inname voor vegetariërs en veganisten

  1. eiwitten, veganisten moeten 30%, en vegetariërs 20% extra eiwitten uit diverse bronnen halen om te voldoen aan alle aminozuren
  2. zink, inname van zink kan afhankelijk van de voeding tot wel 50% verhoogd moeten worden ten opzichte van omnivoren
  3. ijzer, vanuit plantaardige bron moet 1,8 keer zoveel ijzer ingenomen worden dan vanuit dierlijke bron
  4. vitamine a, voor 1μg RAE uit dierlijke bron, moeten 12 μg β-caroteen uit plantaardige bron worden ingenomen.  

Voedingsstoffen waarvan tekorten zijn aangetoond bij vegetariërs of veganisten

  1. B12, diverse studies bewijzen dat vooral veganisten een tekort aan B12 hebben, een studie geeft aan dat 52% van de veganisten een tekort had, 7% van de vegetariërs en slechts 1 omnivoor
  2. Lange ketens omega 3, onderzoeken tonen lagere bloedwaardes aan. Voor veganisten tot 50%, vegetariërs tot 30% lager dan omnivoren.
  3. Creatine, ook hier zien we duidelijk lagere waardes in creatine, creatinine en carnitine. Supplementen met creatine leverde een significante verbetering bij vegetariërs, niet alleen op het algemeen werkgeheugen maar ook op de intelligentie. Dit is zowel vergeleken met een placebogroep alsmede in vergelijking met omnivoren.
  4. Jodium, ook hier zijn significante verschillen merkbaar en tekorten aangetoond bij veganisten. Een veganist heeft daarbij, volgens onderzoek, ongeveer 50% minder jodium in het bloed dan een vegetariër.
  5. Calcium, eigenlijk zijn alle onderzoeken het erover eens dat veganisten te weinig calcium binnen krijgen. Hierdoor, in tegenstelling tot wat zij altijd over melk beweren, hebben zij het hoogste fractuur risico. Veel hoger dan omnivoren, zo blijkt uit onderzoek.
  6. Zink; waardes onder de 70μg worden vaker aangetoond onder vegetariërs, dan omnivoren, zo blijkt uit onderzoek 

Negatieve effecten op zuigelingen en jonge kinderen:

  1. Over tekorten van B12 zijn enkele studies toegevoegd over zeer jonge kinderen, in deze studie werd een 7 maanden oude jongen opgenomen vanwege een ernstig tekort aan B12 en werd volledig borst gevoed door veganistische moeder met ook een tekort aan B12. Behandeling met b12 en aanpassing van borst naar flesvoeding met bijvoeding leverde uiteindelijk significante verbetering. De tweede studie gaat over een jongen van 1 jaar oud, deze jongen kreeg borstvoeding en fruit. De vegetarische moeder had een laag normale waarde. Het kind werd behandeld met B12 en het dieet werd aangepast met ook dierlijke producten. Hier bleef de achterstand, op 28 maanden had de jongen de ontwikkeling van een jongen van 12-15 maanden. Dit onderzoek onderschrijft echter ook dat de prevalentie voor b12 tekorten momenteel laag is maar zou stijgen naar mate meer moeders vegetarisch/veganistisch eten. Het onderzoek onderschrijft twee problemen, het meegeven van een basiswaarde B12 voor de foetus in de buik en daarnaast onvoldoende opname via de voeding.
  2. Jodium: ook hiervan hebben we een praktijkstudie welke onderschrijft dat moeders met een tekort aan jodiuminname door hun voedingsvoorkeur, zowel in de buik als na de geboorte hierdoor te weinig voedingsstoffen doorgeven aan hun kind, waardoor deze met de gevolgen van niet toereikende voeding kampt. De bijbehorende studie geeft een 10 dagen oude jongen met ernstig jodiumtekort door veganistische voeding van moeder met onvoldoende jodiuminname. Na behandeling van zowel moeder als baby werd dit gelukkig weer genormaliseerd. 
  3. Eiwitten: Jonge kinderen hebben in een omnivoor voedingspatroon al extra behoefte aan eiwitten. Voor veganisme (30%) en vegetariërs (20%) moet bovenop deze extra eiwitten nogmaals gezorgd worden voor extra eiwitten. 

Conclusie:

Zoals u kunt zien, heeft een veganistisch en vegetarisch voedingspatroon nogal wat haken en ogen. Daar waar het voor een volwassene, met behulp van diverse supplementen wellicht nog haalbaar zal zijn een redelijk voedingspatroon weg te zetten, denken wij zeker dat het voor kinderen, met de extra inname van de diverse voedingsstoffen, erg lastig is om een volledig voedingspatroon te creëren vanuit enkel plantaardige voeding. Zeker gezien zij, vanwege de groei, al extra behoefte hebben aan bepaalde voedingsstoffen. Daar bovenop komen dan nog eens de extra voeding vanwege het weglaten van dierlijke producten. En als laatste zullen zij dan alsnog ook nog moeten supplementeren. 

De vraag is dan wat tekorten op het gebied van onder andere creatine, creatinine en carnitine met de ontwikkeling van de hersenen, intelligentie en het lichaam doet. Alsmede de andere aangetoonde tekorten in zowel volwassenen als kinderen.