Tijdens de hittegolf op bezoek bij een veehouder

Wat was het warm afgelopen week. Extreme temperaturen die helaas ook gezorgd hebben voor extreme gevolgen. Van dieren achtergelaten op een balkon, tot de brand in akkers en het overlijden van dieren in de veehouderij. Wij zijn vaak gevraagd, hoe wij hier tegenaan kijken. Natuurlijk vinden wij dit ook verschrikkelijk, maar laten we even teruggaan naar afgelopen vrijdag.

Het is vrijdagochtend 6.15 uur, als de wekker gaat. Het is vannacht een plakkerige nacht geweest en ik heb slecht geslapen, toch sta ik vol goede moed op. Vandaag ga ik een tripje maken. Ik maak een kop koffie en stap onder de douche. Het is vannacht niet verder afgekoeld dan een graad of 25 en vandaag belooft weer een bloedhete dag te worden.

1,5 uur later komen we aan op bestemming. We stappen uit en er staat een heerlijk briesje. De temperatuur loopt inmiddels op tot een graad of 30, maar de wind voorkomt dat het heel heet aanvoelt. De grote roldeur staat al open. We lopen, via een ijzeren trap naar boven naar het kantoortje. Een vriendelijk ogende man geeft een hand en stelt zich voor. Ik kijk eens rond, terwijl hij voor ons een kop koffie klaarmaakt. Op de computer zie ik een advertentiepagina die openstaat op tractoren, de boerinnenkalender, een foto van een springende ruiter en paard en een paar foto's met kleine kindjes bij een maaier en op een machine. Ik betrap mezelf erop dat ik denk dat ik precies die foto's van onze kinderen in onze privé collectie heb. Ik vraag hem naar de foto's en voluit vertelt hij in geuren en kleuren over de foto's.

Al snel komt het gesprek over de warmte van de afgelopen dagen. Ook zij hadden de donderdag een melding gekregen van een te warm wordende stal. Ik bedenk me dat ik deze week al meer heb gelezen over de warmte in de stallen. Een kippenstal was het alarm bij 34 graden en 36 graden was genoeg om de kippen te laten overlijden. Gelukkig vertelt hij dat hij alle zeilen had moeten bijzetten, maar gelukkig met een goede afloop. Zijn kippen hadden het allemaal overleefd. Ik betrap me op de gedachte, dat wij met de heetste uurtjes gisteren, heerlijk aan het zwembad hadden gelegen en hij zich in het zweet had moeten werken voor zijn kippen. Mijn gedachten dwalen verder en ik denk aan mijn eigen kipjes. 6 stuks, met een binnen- en buitenverblijf, maar geen airco, klimaat controle of wat dan ook. In Brabant had de teller 41 graden aangetikt, genoeg om een kip hittestress te geven, maar gelukkig hadden ze het overleefd. Moet ik dan ook maar gaan aanpassen en kippen in een stal met klimaat controle gaan houden? Hadden mijn kippen het niet veel slechter met deze temperaturen dan de "stalkip".

Hij vertelt uitgebreid over zijn stal. De kippen komen nog in het ei bij het bedrijf. De eieren zijn geschouwd op heart-beat dus er zitten met zekerheid levende kuikens in het ei. In totaal kan hij zo'n 150.000 kippen huisvesten. Door mijn hoofd flitsen direct de termen bio-industrie en mega-stal. Hij vertelt verder, zowel kippen als haantjes worden grootgebracht, in meerdere fases wordt telkens de laatste 25 meter van de stal afgesloten en deze gaan naar de slacht. Zo blijft er voor de overige meer ruimte over. Op de vraag, hoeveel ruimte, geeft hij aan dat er tussen de 20 en 25 kippen per meter zitten. Ik bedenk me dat dat dus geen beter leven kippen zijn, we praten kort over de nieuwe standaard kip en de biologische kip. Hij heeft geen van beide, wat graag de plofkip genoemd wordt. Hij begrijpt dat mensen daar wat argwanend of negatief tegenover staan, maar vertelt ook dat hij daar juist graag mee werkt. Deze kippen, zo zegt hij, zijn niet alleen veel duurzamer omdat ze goed groeien, minder voer nodig hebben maar ook zijn deze kippen zo gefokt dat ze veel minder gevoelig zijn voor ziektes, meteen denk ik aan ons bedrijf, wij komen veel bij telers en daar gebeurt precies hetzelfde. Zaad- en plantveredeling waardoor je een plant kweekt die resistent is voor bepaalde virussen, schimmels, aaltjes etc. Hij laat zien, aan de hand van de cijfers, dat dit ook is terug te zien. Slechts 1% van zijn kippen is slachtoffer van uitval. Landelijk, zo stelt hij, zit dat op 3-3,5%. Dit besluit ik later nog even terug te zoeken. Ook dit is deels afkomstig van de langzamer groeiende en biologische kip. Met het terug fokken naar een langzamer groeiend ras, komen ze ook weer bepaalde problemen en ziektes tegen. We gebruiken hier haast geen medicatie, zegt hij. Een enkele keer moeten we ingrijpen maar over het algemeen kunnen we ze medicatievrij grootbrengen.

Hij vertelt spontaan verder, mensen vinden zoveel kippen op elkaar zielig, maar kippen vinden dat juist fijn. Weer betrap ik mezelf erop dat ik terugdenk aan mijn eigen kipjes, helemaal gelijk heeft hij ook nog. Ook mijn eigen kippen zitten altijd in hetzelfde hoekje. Zie je er 1 dan is de rest in de buurt. Gaat er 1 liggen, dan ligt de rest eromheen. Hij vertelt verder dat ze hiermee ook minder stookkosten hebben en het klimaat beter kunnen regelen.

We lopen de stal in. Zeer vaag ruik ik de herkenbare geur van kippen. Na het verhaal hij me vertelde, had ik een beeld bij de stal. In niks bleek dit beeld kloppend. Ik was aangenaam verrast. Ik zag juist een hele mooie, schone stal, goede verlichting, schone water- en voervoorziening en bovenal ontzettend ruim. Dichte vloeren, die bedekt worden met een flinke laag strooisel. De temperatuur in de stal is heerlijk en er is niks te merken van de steeds warmer wordende dag buiten. In niks herkende ik de beelden die de "anti-veehouderij"brigade over de termen als "plofkip, bio-industrie en megastal". Ik zag een hardwerkende trotse kippenhouder met een prachtstal.

Misschien is dat wel de valkuil van onze generatie, bedenk ik terwijl we huiswaarts keren en ik de eigen dieren van een extra rondje verzorging voorzie. Overal op internet kun je gruwelijke beelden vinden, vanuit ergens op de wereld, met de meest afschuwelijke beschrijvingen. Dat bepaalt onze beeldvorming, maar daadwerkelijk gaan kijken, vragen stellen en proeven in de sfeer en klimaat is misschien nog wel veel belangrijker. 

Laten we eens wat meer mét in plaats van óver de veehouders gaan praten.