varkens toch niet zo massaal ziek??

Vandaag wil ik het met jullie hebben over een bericht wat een tijd geleden (april) verscheen op varkens in Nood. De kop op hun pagina: De varkenshouderij maakt varkens ziek: kreupele zeugen.  Vervolgens komen ze met een aantal standpunten, waarom zij dit vinden. We lopen ze samen even door.

Veel zeugen in de varkenshouderij zijn kreupel. Op sommige zeugenbedrijven zelfs meer dan de helft van de dieren! 

Wat mij hier direct al opvalt is het vage taalgebruik. Wat is veel. Sommige mensen hebben moeite met een liter water andere drinken er 3 liter met gemak. Dan maken zij vervolgens de stelling "op sommige bedrijven wel tot de helft". Gaan we nu kijken naar het welfare Quality protocol voor varkens dan komen we op een hele andere conclusie. Op de helft van de bedrijven werd geen kreupelheid van betekenis waargenomen en slechts op een kwart van de bedrijven werd tot 10% gescoord op moeilijk lopend tot kreupel. Deze stelling is dus al onjuist.

Ze leven meestal op harde, gladde, natte vloeren van beton of (al dan niet geplastificeerd) metaal. Daardoor krijgen ze aandoeningen aan hun poten en klauwen - bijvoorbeeld slijmbeursontstekingen, gewrichtsontstekingen en klauwscheuren. En zo worden ze kreupel.

Er is een onderzoeksstage gedaan bij en bedrijf met een hoog kreupelheidspercentage. Dit bedrijf maakt gebruik van stro in de ligboxen en een uitloop naar buiten. Desondanks hebben zij een hoog kreupelheidsgehalte. Wanneer we kijken naar de onderzoeksstage voor de master diergeneeskunde dan valt ons het volgende op. In de studie is een observatie gedaan naar het uitglijden op de vloer. Het gedeelte voor de waterbakken en voor de uitloop is vaak behoorlijk nat. Toch werd uitglijden zeer zeldzaam opgemerkt buiten de conflicten tussen de zeugen. Uitglijden wordt later wel in verband gebracht met kreupelheden en bursitis. Ook wordt opgemerkt dat het liggen op de ondergrond en kreupelheden geen verband houden met elkaar. Ondanks dat vermeldt wordt dat veel zeugen niet in de liggedeeltes gaan liggen maar rondom de voerstations of op het beton. Dan valt ons het volgende op: volwassen zeugen hebben een lagere kans op huidverdikkingen en piephak wanneer alleen in de ligbox stro ligt in plaats van overal. Tevens hebben volwassen zeugen vaker last van kreupelheden wanneer overal stro ligt. De conclusie van het onderzoek is dan ook dat dit verder onderzocht dient te worden. We kunnen dus concluderen dat ook deze stelling niet correct is.

Bij weinig bewegen, worden de klachten erger. Met name als ze in de kraam- of inseminatiekooi zit. Het bewegen gaat moeizaam, en haar huid schuurt langs de metalen constructie.

Vooral slijmbeursontsteking en de meeste beengebreken is rust juist een vereiste. Om die reden dienen dieren ook juist apart gezet te worden, weg van eventueel tumult of conflicten. Als we weer kijken naar het welfare protocol dan blijkt dat slechts op 7 bedrijven een open schouderwond werd aangetroffen(totaal minder dan 1% van de zeugen). Bij tweederde van de bedrijven werden helemaal geen genezen of nieuwe wonden aangetroffen.

Ook haar hoge gewicht werkt kreupelheid in de hand. Met zo weinig bewegingsmogelijkheden is het niet makkelijk om slank te blijven.

Ook hier kijken we weer even naar het welfare protocol en ook dat zien we dat het overgrote deel van de zeugen op een normaal gewicht is. Te slank komt bijna helemaal niet voor (0,6) en een klein deel was inderdaad wat aan de ruime kant. We kunnen dus concluderen dat voor de kreupelheid gewicht niet van invloed is, omdat meeste zeugen helemaal niet te zwaar zijn.

Het is de bedoeling dat varkens in de varkenshouderij zo snel mogelijk groeien. Daarom bevat hun voer veel makkelijk verteerbare koolhydraten en maar weinig vezels. De dieren worden extreem zwaar. Hun skelet en gewrichten kunnen de snelle groei en het hoge gewicht niet aan. Gevolg: versleten gewrichten en botbreuken. Kreupelheid dus.

Zoals hierboven geconstateerd is het grootste gedeelte van de zeugen helemaal niet te zwaar. Wanneer we kijken naar versleten gewrichten en botbreuken. Wur onderschrijft in hun ongeriefdocument dat de oorzaak van OCD (de slijtage van gewrichten) op dit moment nog onbekend is. Bepaalde factoren lijken van invloed (voer, genetica, groeisnelheid, verschil borg/zeug) terwijl andere factoren (vloertype, mate van beweging) niet van invloed lijken te zijn. Wur stelt zelf dat meer onderzoek nodig is naar het ontstaan en het verloop en invloeden op OCD. Wur onderschrijft vervolgens in hun welfare protocol dat er slechts 1 zeug met een botbreuk is aangetroffen.

De conclusie van het welfare protocol luidt dan ook dat slechts een enkel bedrijf in de onvoldoende scoort, het overgrote gedeelte scoort in acceptabel en bovengemiddeld en er zijn zelfs bedrijven die scoren op excellent. Wij kunnen op basis van de feiten en cijfers dan ook concluderen dat het artikel van Varkens in Nood niet passend is bij de onderzoeksresultaten.

Bronnen:

https://edepot.wur.nl/190225

https://edepot.wur.nl/242126

https://www.varkensinnood.nl/nieuwsartikelen/varkenshouderij-maakt-varkens-ziek-kreupele-zeugen
https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/289429/Kreupele%20zeugen,%20wat%20mankeert%20ze%20en%20hoe%20beoordel%20je%20ze.pdf?sequence=2